Diederik Stradmeijer

Slimme kantoren: aantrekkelijk voor huurders en beleggers

Het jaar 2020 kan de geschiedenisboeken ingaan als het omslagmoment in de wijze waarop tegen thuiswerken wordt aangekeken. Er zal meer vraag komen naar slimme kantoren, niet naar de bouw van meer gebouwen. “De maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus hebben aangetoond dat het niet noodzakelijk is om elkaar dagelijks op kantoor te treffen. Het thuiswerken gaat niet meer weg. Dit zorgt ervoor dat er geen behoefte is aan uitbreiding van het kantorenaanbod. Er zal wel vraag blijven naar vervanging van verouderde gebouwen.”
Dat zegt projectontwikkelaar Diederik Stradmeijer (Amsterdam, 1965). Technologie gaat volgens hem een nog veel grotere spelen bij de aantrekkelijkheid van kantoren voor huurders en beleggers. “Niet slimme gebouwen zullen daarom meer en meer uit de gratie raken.”

Meer dan een snelle deal

Stradmeijer noemt zichzelf “geen echte vastgoedman”. Stradmeijer: “Omdat ik ook werkzaam ben geweest in het bankwezen en in de consumentengoederen, in binnen en buitenland, heb ik een bredere blik kunnen ontwikkelen. Projectontwikkeling is meer dan een snelle deal sluiten. Vastgoed moet ten dienste staan van het leven van mensen: wonen, werken, winkelen, recreëren en zorg.”

Publieke en private belangen

“Projectontwikkeling is een vak. Het is een combinatie van creativiteit, commercie en het bij elkaar brengen van partijen met publieke en private belangen. Vervolgens zet je iets neer, je creëert ruimte voor het leven en werken van andere mensen, voor ondernemingen. Van de eerste schets tot het hoogste punt, de sleutel die aan de huurder wordt overgedragen, de verkooptransactie: overal ben je bij. De projectontwikkelaar zorgt ervoor dat de doelen worden gehaald. En wat vaak wordt vergeten: de ontwikkelaar is ook een risicodragende partij.”

Duurzaamheidseisen

Gedurende Stradmeijers loopbaan heeft de vastgoedmarkt zich ontwikkeld van productgericht naar klantgericht en vervolgens naar maatschappijgericht, waarbij vele eisen worden gesteld aan duurzaamheid. “In Nederland moeten we zuinig zijn op onze ruimte. De opgave ligt vooral in de verdichting van stedelijke gebieden met voldoende ruimte voor water en natuur en minder op het ontwikkelen van uitbreidingen in het groen. Een mooi voorbeeld van een moderne stedelijke woonomgeving is de ontwikkeling van de voormalige Houthavens in Amsterdam. Je ziet ook dat de sociale cohesie van de bewoners daar direct erg groot is.”

Online en fysieke winkels

Er is ook sprake van een hernieuwde visie op winkelgebieden. Succesvolle retailers hebben meestal een strategische mix van online en fysieke winkels. Stradmeijer: “Er zal altijd behoefte blijven aan winkelen. Locatie is en blijft daarbij essentieel. Maar wijk- en buurtwinkels zullen het in toenemende mate moeilijk krijgen. Daarvoor in de plaats komen koffie- en eethuisjes, mede veroorzaakt door de trend om veel meer buiten de deur te eten en drinken.”

Bedrijfskundige

Stradmeijer is breed opgeleid. Hij was eigenlijk niet van plan om het vastgoed in te gaan, zoals zijn vader en grootvader. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Stradmeijer ging in Amsterdam naar het Barlaeus Gymnasium en studeerde daarna bedrijfskunde in Groningen. “Als bedrijfskundige weet je van alles iets. Van daaruit ga je verder de diepte in. Je kunt met iedereen meepraten.”
Na zijn universitaire studie liep Stradmeijer stage bij een bank, leerde bij een multinational alles over marketing van consumentengoederen en hij haalde in de avonduren zijn makelaarsdiploma. Toen hij bij een grote projectontwikkelaar werkte deed Stradmeijer een master aan de Amsterdam School of Real Estate. Begin 2005 is Stradmeijer voor zichzelf begonnen als adviseur en ontwikkelaar, niet alleen voor eigen rekening en risico maar ook in partnerschap. Naast nieuwbouwlocaties richt Stradmeijer zich de laatste jaren steeds meer op herontwikkeling in stedelijke gebieden.